De Commissaris

Aan het einde van de rit komen veel mensen erachter dat ze meer vrienden hebben dan gedacht. Zo ook Filmhuis O42. Na de vooraankondiging van de vroege dood, komen er opmerkelijk meer bezoekers. De urgentie blijkbaar van ‘nu het nog kan’. Een oude vriend berichtte zelfs dat ie blij en aangenaam verrast was dat ook ik weer iets deed bij het oude nest op de Oranjesingel. Nietsche haalde hij er zelfs bij: ‘Ewige Wiederkunft des Gleichen’. Vervolgens stelde hij meteen voor dat ik voor de rest als commissaris door het leven zou gaan. Niet als commissaris van een beursgenoteerd bedrijf – dat is sinds de nieuwe wetgeving alleen nog maar voor vrouwen. Nee, als filmcommissaris! Hij begreep dat ik toch al veel reisde – vast dezelfde reiskostenvergoeding als Dijkhof, Graus en die onbekende mevrouw van Groen Links. Als filmcommissaris zou ik dan wekelijks mijn oordeel over de kunsten kunnen geven en dan met met name over de filmkunst.

Ik twijfelde… was het niet een schone taak die zich tot een stenen last zou ontpoppen? Het bleef knagen, want ik vond het ook wel een inspirerend idee. Der Kommissar van Falco uit begin jaren 80 heb ik altijd een uitdagende song gevonden. En ik heb mijn hele jeugd genoten van Horst Tappert als Derrick. En van Peter Ustinov, Peter Sellars, David Suchet, Brenda Blethyn, Margaret Rutherford, Bruno Cremer, Gotz George, Kees Brusse, Piet Römer. En al die andere acteurs en actrices die door de jaren heen als inspector of Kommisar moordmysteries ontrafelden, zodat wij na afloop weer rustig konden slapen.

Zoiets, voor mij? Niet om een moord op te lossen – dat schijnt als ik Peter R de Vries moet geloven, toch geen zin te hebben. Maar om wekelijks een – vooral kritisch – pleidooi te houden voor een goede filmprogrammering. Mijn eerste opdracht zou zijn om het programma van Filmhuis O42 eens kritisch tegen het licht te houden. Hoe kan een klein, tegendraads filmhuis ineens een Amerikaanse kaskraker in huis halen! Nog voordat ik de boete kon uitschrijven, voegde de filmprogrammeur van dienst mij toe dat het vertonen van Knives Out wel degelijk verantwoord is. Immers anders dan in James Bond speelt hoofdrolspeler Daniel Craig nu geen actieheld. Tegendraadse cinema! Toen vertelde de jonge filmprogrammeur ook nog dat Knives Out in de stad Nijmegen alleen in Filmhuis O42 te zien is. Dat Filmhuis O42 goede films vertoont die elders niet of onvoldoende te zien zijn, dat was naar zijn mening juist goed programmeren. Toen ging bij mij ergens een klein kerstlichtje branden.

Een te bekend verhaal. Heb ik dat jaren geleden ook niet stelselmatig gehoord van de hoofdprogrammeur van Lux? Verantwoord praten over urgente cinema en tegelijkertijd de zalen en de kassa vullen met commerciële cinema. Als filmcommissaris zou ik daar meteen paal en perk aan willen stellen. Ook zou ik het mysterie willen oplossen hoe het toch kan dat tegenwoordig de grote cinema, echte klassiekers van grote filmauteurs, in de gesubsidieerde bioscopen alleen nog in kleine zaaltjes vertoond worden. Vaak ook nog eenmalig vertoond, op een scherm niet veel groter dan een postzegel. En de Netflixfilms – juist gemaakt voor het televisiescherm – vervolgens voluit vertonen op de allergrootste schermen. Wel tegendraads natuurlijk!

Mijn verdere rol als filmcommissaris? Nadat ik mijn kritisch filmcommentaar heb geschreven, de voorlopige boetes heb uitgedeeld, zou ik mijn commentaar vervolgens voor het finale oordeel willen voorleggen aan een kunstpaus. Voor die rol denk ik meteen aan Wim Pijbes, gisteravond weer dominant aanwezig bij DWDD. Deze oud-directeur van het Rijks vond natuurlijk een geschilderd portret van Obama het belangrijkste kunstwerk van het aflopende decennium. Dit terwijl hij veel langer sprak over het werk van Christo, de beroemde kunstenaar die monumentale gebouwen inpakt als kunst. Bij zijn werk moet ik altijd aan mijn oude moeder denken. ‘Inpakken en wegwezen!’ riep ze steevast in de laatste dagen van haar leven. Dat zou volgens de nieuwbakken filmcommissaris ook voor verschillende kunstinstellingen moeten gelden. ‘Inpakken en wegwezen! Met name voor instellingen die niet aan hun primaire culturele opdracht voldoen. Geldt dat dan ook voor dat charmante Filmhuis O42 op de Oranjesingel? Nog net niet. Zeker niet nu zij het aandurven om juist in deze drukke tijd aandacht te besteden aan twee klassieke juweeltjes uit de tijd van de Praagse Lente. Madeliefjes van Vera Chytilova uit 1966 en Intieme Belichting uit 1965 van Ivan Passer. De laatste is een droogkomisch portret van een ontmoeting tussen twee oude vrienden. De een, een geslaagd cellist in de grote stad, de ander, een muziekleraar met een ogenschijnlijk saai leven. Een film zonder werkelijk plot, maar de alledaagse ontmoetingen en hilarische taferelen zijn door Passer wonderschoon en poëtisch aan elkaar verbonden. En Madeliefjes? Een van de mooiste en meest radicale vrouwenfilms! Twee verveelde meiden zetten in een provinciestadje de boel permanent op stelten. En dat wil de filmcommissaris blijven zien: ‘Radikale Cinema’ in Filmhuis O42. Een stenen last misschien, maar de moeite meer dan waard!


Ted Chiaradia

Bezig met laden