De hemel huilt

Regen en nog eens regen. Afgelopen weekend leek het wel alsof de hemelpoorten zich wijd hadden geopend. Nu verhouden regen en echte cinema zich wel goed. Zeker bij onze favorieten. In het werk van de Hongaarse meester Béla Tarr regent het altijd en ploeteren zijn trieste hoofdfiguren voort in de modder. Bij de Taiwanees Tsai Ming-lian plenst het ook meer dan goed is voor de mens. In zijn Goodbye, Dragon Inn regent het zelfs letterlijk in een lege bioscoop. Ook binnen het mythische oeuvre van Andrej Tarkovski veel regen. Bij hem heeft het water bijna altijd een zuiverende of helende functie. Het was dan ook geen toeval dat tijdens de Tarkovski-dagen ook in Filmhuis O42 soortgelijke stortbuien vielen. Het water sijpelde langs de muren. Een stuk nat pleisterwerk stortte naar beneden en alsof het nog niet genoeg was: zondagochtend huilde een hele filmzaal zeeën van tranen. De Belgische filmcriticus Freddy Sartor leidde Het Offer (Offret) in. Met zijn bijna sacrale stem ging hij terug in de tijd. Tijdens de persconferentie van de film in 1986 in Cannes was de hele crew in tranen, zo vertelde hij, omdat ze wisten dat op hetzelfde moment in Parijs de Russische meestercineast stervende was. Officieel op 54-jarige leeftijd gestorven aan longkanker, maar in feite te vroeg heengegaan door de pijn en het verdriet van de heimwee, de ‘nostalghia’. Toen ik op dat moment de zaal in keek zag ik veel tranen. Tranen nog voordat een film begint, dat had ik nog nooit meegemaakt. Alsof de hele filmzaal eenstemmig huilde, magisch.

Tijdens de middagvertoning van Solaris leek het alsof de natuur het kleine Filmhuis O42 letterlijk in bezit wilde nemen. Sartor was nog niet uitgesproken – hij had ons ingewijd in de kracht van de oceaanplaneet Solaris die in staat blijkt onbewuste angsten en herinneringen te materialiseren – of het water in de toiletten en fonteinen begon spontaan op te borrelen. Geen enkele verklaring en het hield maar niet op. Even leek het zelfs alsof een heuse overstroming dreigde. Totdat in de film het beroemde schilderij ‘Jagers in de Sneeuw’ van Pieter Bruegel in beeld kwam – net als Sartor een Brusselaar – en de muziek van Eduard Artemjev ‘Listen to Bach’ klonk. Het opborrelende water stopte direct en het werd stil. Vanuit de cabine zag ik dat in de film diverse voorwerpen en de hoofdfiguren begonnen te zweven. De filmbezoekers zweefden mee. Ik was gelukkig weer op aarde.

De vrijdag daarvoor had Volkskrant recensent Kevin Toma uitgebreid gesproken over Tarkovski als uniek filmpoëet. Hoewel Solaris voor Tarkovski het antwoord was op Stanley Kubrick’s 2001; a Space Odyssey, moest hij niets van Hollywoodfilms hebben. Voor Tarkovski was film veel meer kunst en dat niet alleen, ook een permanente zoektocht van de mens, een spirituele vorm van gebed. Volgens Toma zou Tarkovski ooit gezegd hebben ‘waar je ook gaat, je bent altijd op zoek naar je eigen ziel, en dus nooit alleen!’ Hierover met Sartor lang doorgepraat. Hoe moet het zijn geweest voor Tarkovski, al die jaren in het buitenland? Niet meer terug kunnen naar je vaderland. Je vrouw en kind jarenlang niet kunnen zien. Was hij in die zoektocht naar de ziel dan niet eenzaam en alleen? Hij heeft Nostalghia in 1983 en Het Offer alleen kunnen maken met steun van het buitenland. In eigen land verguisd en door het Sovjetregime niet meer welkom. Omdat Sartor de filmgeschiedenis kent, kwam Joris Ivens – geboren in Nijmegen – even ter sprake. Ook jarenlang niet welkom in eigen land, na het controversiële Indonesia Calling uit 1943. Sartor sprak met niet al te veel empathie over een van Nederlands grootste filmmakers. Daarvoor had deze naar Sartors oordeel net iets te lang met het foute Sovjetregime samengewerkt. Hetzelfde regime dat de grootste cineast aller tijden langzaam, hoewel niet letterlijk, vermoord heeft. Omdat ik op de regenachtige zondag ook weer geen zin had in een politieke verhandeling over goed en kwaad, ging ik liever in op het spirituele. Ik vertelde Sartor dat een paar weken geleden een vogel het filmhuis was binnen gevlogen en dat ik van Kevin Toma gehoord had dat Tarkovski een bijzondere band met vogeltjes schijnt te hebben gehad. Toma toonde zelfs een foto van Tarkovski met een vogel op zijn ziekbed. ‘Toch geen engel, zeker, zoals in Solaris?’

Toen Sartor die zondagavond de deur uitging en het nog steeds regende, glimlachte hij en zei: ‘Regen en Tarkovski, een goede combinatie, maar Ivens en Tarkovski, dat is geen goede combinatie!’ Ik bleef een beetje in verwarring achter en keek naar de donkere lucht. De hemel huilde nog steeds. Geen vogeltje meer te zien.

Ted Chiaradia

Bezig met laden