De hoogmis

Mon Dieu, Bon Dieu, Grâce à Dieu, Adieu, het is onrustig. Het is weer voorjaar, het zonnetje, mijn gedachten dwalen af. De buren maken ook nog eens te veel kabaal met hun werkzaamheden in de tuin. En ik kan ik me ook niet concentreren door al die vrijetijdswielrenners op straat. Waar te beginnen? Adieu dan maar. Adieu Agnès Varda. De grande dame van de Franse cinema is eind vorige week op 90-jarige leeftijd heengegaan. Was een narrige vrouw, hoorde ik altijd. ‘Op de centen!’. Lijkt me geraden ook in de filmwereld van list en bedrog. Zelf overigens nooit iets van gemerkt. Wel van haar nieuwsgierigheid, altijd op zoek naar nieuwe projecten. En inderdaad dan ook altijd op zoek naar geld. Haar lange carrière wist ze af te sluiten met het verfrissende en tegelijkertijd ook meesterlijke Visages Villages. Samen met J.R. de jonge bevlogen kunstenaar/fotograaf, nu weer actueel omdat ie net, met zijn laatste kunstproject, de pyramide van het Louvre in Parijs uit de afgrond liet opduiken. Varda debuteerde in 1962 met Cléo de 5 à 7. In de stijl van de Nouvelle Vague volgt ze met losse camera, bijna in real time, een jonge zangeres in de Parijse straten. Deze simpele wandeling met terloopse ontmoetingen door de grote stad, was is die tijd ongewoon, revolutionair zelfs. In die tijd flaneerde een vrouw immers niet alleen over straat. Maar wel bij Agnès Varda. Als feministe en filmvernieuwer is zij vanaf haar vroege werk altijd op zoek naar gelijkwaardigheid tussen man en vrouw.

Van het slenteren door Parijs komen we uiteraard uit bij het wandelen, denken en pelgrimeren. Zaterdag leiden twee films ons naar Compostella: Walking the Camino: Six ways to Santiago en Compostella. Beide films zullen door ervaren wandelaars worden ingeleid. Wellicht vind ook ik daar dit weekend enige inspiratie. Zo niet, dan wacht ik op de Hoogmis van zondag. En dan nu niet eens de Hoogmis van alle wielerfans, de Ronde van Vlaanderen. Nee, het zeven uur durende cinematografische meesterstuk van de Hongaarse filmmaker Béla Tarr, Sátántangó. Een beeldenpracht in zwart-wit, vol poëzie en christelijke symboliek. Over een boerenkolonie die zich ondanks alle ellende staande probeert te houden, maar niet vooruitkomt. Volgens de regisseur zelf: ‘Net als in de tango zes stappen vooruit, zes stappen achteruit’. En met een Hongaars platteland dat eindeloos is, alsof je uitkijkt over een onmetelijke zee. Sátántangó is op de kop af vijfentwintig jaar oud. Béla Tarr was een van die filmmakers die alle commerciële wetten tartte en deed wat hij als kunstenaar meende te moeten doen. Net als Agnès Varda. De laatste is niet meer onder ons en de sombere Béla Tarr is inmiddels gestopt als actief regisseur. Laten we hopen dat er nieuwe gepassioneerde talenten opstaan om in hun voetsporen te treden. Misschien is er wel al een klein beetje van te zien tijdens het Go Short Filmfestival. Niet toevallig dit jaar met de focus op de Hongaarse korte film.

Go Short is eigenlijk als het huidige BMX fietsen, kort en krachtig, vol snelheid en behendigheid. In Filmhuis O42 zijn we meer van slow cinema, contemplatief. Soms hoe langer hoe beter. Net als die ellenlange voorjaarsklassiekers, met het vaak ogenschijnlijk saaie commentaar. Maar op het einde oh zo spannend en dramatisch. En altijd ook weer met Wonderful Losers, waterdragers, slaven van het asfalt. Kort en Lang, Short en Slow, het laat zich vaak moeilijk combineren. In de Hoogmis leerden we immers al uit Lucas en Mattheüs: ‘Niemand kan twee heren dienen’. Al ging dat laatste overigens ook weer niet op voor die roze pastor uit de Amsterdamse Vredeskerk. Wij wensen in ieder geval Go Short een spetterend en succesvol festival toe! Maar voor de rust, het spirituele, ja zelfs het mystieke moet je dit weekend in Filmhuis O42 zijn.

Ted Chiaradia

Bezig met laden