De Stervende Pauw

Een oude foto van Jean-Pierre Léaud, veertien jaar nog maar, op de schouders van acteurs en producenten in het oude Palais du Cinema in Cannes. Het is mei 1959, de première van Les 400 Coups, een absolute filmsensatie en de doorbraak van de Nouvelle Vague. En Léaud zo jong en zo onschuldig nog, aan het begin van zijn lange filmcarrière. Vele films zullen dan nog volgen: Léaud als Truffaut's alter ego Antoine Doinel en in werk van Godard, Bertolucci en andere grote cineasten. De wereld van de cinema, zijn wereld. Niet alleen films volgden, maar zoals zo vaak, ook drank, heel veel drank. De onschuld voorgoed voorbij. Begin jaren negentig maakt Léaud zijn comeback in I Hired The Contract Killer, van het Finse drankorgel Aki Kaurismaki - hoe toepasselijk! Nu, bijna zestig jaar later, schittert hij als de zonnekoning in La Mort de Louis XIV en zien we hem als de grote koning van Frankrijk langzaam sterven. In duistere paleisvertrekken, door kaarsen belicht, in een fraai Rembrandtesk palet. Niets is mooier, niets confronterender dan een groot acteur aan het eind van zijn Latijn, letterlijk en figuurlijk. De sterfscene van bijna een half uur in La Mort de Louis XIV, als stervende pauw in al zijn pracht en praal, is een staaltje van onvergetelijke cinema. Slow cinema, die alleen nog in ons kleine Filmhuis O42 te zien is. En voor alle mensen die nog geen genoeg hebben van de destijds baanbrekende Nouvelle Vague: komende speelweek zijn maar liefs zes films van of over Nouvelle Vague-representant Jean-Luc Godard bij ons te zien. En mis vooral Visages Villages niet, van de inmiddels achtentachtigjarige Agnès Varda, die begin jaren zestig ook tot de groep jonge Franse filmrevolutionairen behoorde. Meer dan een halve eeuw spraakmakende cinema, samengebracht in ons filmhuis.
 

Ted Chiaradia
Programmadirecteur

Bezig met laden