Der Letzte Kaiser in Berlin

Begin van de maand bezocht ik het filmfestival in Berlijn, de Berlinale. Al na een paar dagen – alleen maar matige en zwakke films – had ik er genoeg van. Ik maakte een wandeling en kwam na jaren weer eens in Charlottenburg terecht, het centrum van het voormalige West-Berlijn. Wat me vooral opviel was dat er door de stadsvernieuwing veel is veranderd, maar veel ook weer niet. Ze stonden er allemaal nog, de prachtige oude cinema’s van toen, van voor het megabioscoop-tijdperk. Het statige Zoo Palast, decennialang het middelpunt van de Berlinale, het monumentale Delphi, Cinema Paris en Astor Film Lounge. Allemaal binnen een straal van nog geen vijfhonderd meter.

In mijn herinnering is die laatste Film Lounge, voorheen het Filmpalast Berlin, een van de allermooiste filmtheaters. Het ligt ietwat verscholen aan de nog steeds drukke Kurfüstendamm. Vanbinnen prachtig gedecoreerd, met dieprode pluche fauteuils, die in de vorm van een schelp gesitueerd zijn voor het grote witte doek. En dan Der Vorhang, het mooie gordijn dat opengaat bij het begin van de film. Een echt theatraal binnenkomen nog, geen reclames en allerlei andere berichten van de plaatselijke middenstand die je bij het filmkijken vooraf al in mineur brengen. Nee, hier is cinema nog zoals het beleefd moet worden.

In 1988 was ik er blijkbaar voor het laatst. Want ik herinner me dat ik daar toen in de hal liep en een verwarde vrouw vroeg naar Der Letzte Kaizer. Ik schrok en ik was niet de enige. ‘Mevrouw, die Wilhelm II is toch al lang dood en begraven, ergens in de buurt van Doorn...’ Maar de oude dame was op zoek naar The Last Emperor van Bertolucci. Die won dat jaar meteen alle Oscars met die mierzoete vertelling.

Er is inderdaad nauwelijks iets veranderd. In deze prachtige bioscoop draaide nu The Green Book, ook zo’n suikerspin van een drama. Toen wist ik het al, hier hadden we te maken met de nieuwe Oscar-winnaar voor beste film. Al die bespiegelingen vooraf in de media waren niet meer nodig. En mijn hemel, wat voor bespiegelingen. Ik herinner me geen enkel jaar waarin vóór, tijdens en ná de Oscaruitreiking zoveel gepubliceerd is. Vaak nietszeggende onzin en navelstaarderij. En waarvoor?

1973 was toch echt de laatste keer dat de Oscaruitreiking echt sensatie veroorzaakte, echt hot nieuws gaf. Marlon Brando weigerde de Award en liet Sacheen Littlefeather, een activiste voor de rechten van the Native Americans een statement maken. John Wayne schijnt gekeken te hebben alsof de Comanches weer binnenvielen en Charlton Heston werd meteen lid van de National Rifle Associociation. Toen hadden we binnen Hollywood nog een strijd tussen goed en kwaad. Nu is het louter nog een voorgeprogrammeerde goed nieuws-show.

En met de Oscars is het eigenlijk net zoals bij voetbal. Bij het laatste spelletje gaat het om 22 spelers en een bal, op het finale moment winnen altijd de Duitsers. Bij het Oscarspelletje wonnen de laatste decennia altijd de protegés van Harvey Weinstein. Niet lang meer en Netflix zal er met alle prijzen vandoor gaan. Dit jaar ging Alfonso Cuarón, overigens geheel terecht voor zijn meesterlijke Roma, al met drie prijzen naar huis. Is dat erg, bedreigend zelfs? Voor de filmindustrie, voor de bioscoopwereld? We zullen zien. Veel is er veranderd, maar veel ook weer niet. Net als in de binnenstad van Berlijn.

Zondag kunnen we er weer van genieten. Van de klassieker Himmel Über Berlin, de poëtische vertelling van Wim Wenders. Met in de hoofdrol Bruno Ganz, die als beschermengel neerdaalt in het Berlijn van 1987. In de periode dat de Muur er nog stond. Alleen dat is al het kijken meer dan waard. En misschien loopt die verwarde oude vrouw er ook wel weer, op zoek naar haar Letzte Kaiser.


Ted Chiaradia

Bezig met laden