Film is als goede wijn

In 1988 sloeg de thriller Spoorloos van George Sluizer in als een bom. In een klap hadden we een Nederlandse filmer van grote Europese allure en de toen debuterende actrice Johanna ter Steege werd gelanceerd als internationale ster. De film, naar de novelle Het Gouden Ei van Tim Krabbé, wordt nog steeds beschouwd als een van de beste Nederlandse films ooit. Het wachten was dan ook op de grote internationale doorbraak van Sluizer. Die bleef om allerlei redenen jammer genoeg uit: verkeerde keuzes, te perfectionistisch of gewoon pech.

Utz , door Sluizer zelf beschouwd als zijn meest geslaagde werk, was een Europese productie met in de hoofdrol de Duitse steracteur Armin Mueller-Stahl als baron met een verzamelwoede voor zeldzaam porselein. Maar Utz werd in 1992 beslist geen succes. Ik weet nog dat hij in verband met die film het oude Cinemariënburg bezocht – binnenkort kunnen we daar weer met zijn allen heen voor veel en goedkoop eten. Maar toen, op die warme zondagmiddag, waren er welgeteld drie bezoekers. Of het in of exclusief mijzelf en Sluizers uiterst sympathieke echtgenote was, weet ik niet meer. Toen ik twijfelde of het publieksgesprek wel moest doorgaan, wilde hij van geen wijken weten. Het werd een heel aangenaam gesprek.

Zijn meest ambitieuze project, Dark Blood, startte hij een paar jaar later. De film kon door ruzies op de set, maar bovenal door het overlijden van hoofdrolspeller River Phoenix, niet tot een eind gebracht worden. Ruim daarvoor, in 1972 is zijn debuutfilm João en het Mes uitgebracht. Een kleine artfilm, door weinigen gezien. Maar voor die kleine kring van filmliefhebbers was deze, geheel in het Braziliaanse oerwoud gedraaide film, een sensatie. Ineens was Nederland een filmauteur rijker die niet alleen maar wilde filmen over platte seks. Een cineast die bewust de Nederlandse grenzen wilde ontvluchten, wilde verleggen.

Precies vijfentwintig jaar geleden schreef een andere grenzenverlegger filmgeschiedenis op het filmfestival in Berlijn, de Hongaarse cineast Bela Tarr. Met zijn meer dan zeven uur durende magnus opus Satantango. Een apocalyptische film die algemeen beschouwd wordt als het hoogtepunt van de nihilistische cinema. Hypnotiserende slow cinema, betoverende lange camerashots, regenachtige zwart-wit beelden. Juist op dit moment wordt in Berlijn de digitaal gerestaureerde versie van Satantango gepresenteerd. Wij blikken zondag terug op een eerdere meesterlijke film van deze Hongaarse filmmaker, Damnation uit 1988. Ook hier eenzelfde zwaarmoedige sfeer, regenachtige zwart-wit beelden en een eenzame hoofdpersoon, die verliefd wordt op een barzangeres. Zijn verlossing vindt hij uiteindelijk alleen nog maar in de drank.

Voor wie er voor open staat, geweldige cinema. Destijds op het festival in Cannes zag ik slechts een uur van deze film. Te mooi om hem daar in zo’n morsige filmzaal helemaal uit te zien. Trouwens, ik had op die avond behoefte aan drank, en ook ik zocht die barzangeres… Hoewel de film tot mijn absolute favorieten behoort, heb ik hem daarna nooit meer volledig kunnen zien. Meer dan 30 jaar heb ik op de vertoning moeten wachten. En op João en het Mes van George Sluizer hebben we zegge en schrijve met zijn allen bijna 50 jaar moeten wachten!

Net als bij wijn moet je goede film lang laten rusten, daar wordt ie uiteindelijk alleen maar beter van!

Ted Chiaradia

Bezig met laden