Granaatappels

Deze keer wil ik het even hebben over Armenië. 'Toch niet alweer over die twee kinderen!', hoor ik je al verzuchten. 'Vorige week over dat populistische voetbal, nu over Lili en Howick en volgende week zeker over zijn 'persoonlijke' avonturen bij de padvinders in Brunssum. Begint verdorie op Peter R de Vries te lijken...'.

Nee, ik wil het hebben over Armenië als filmland. In de tijd toen het nog deel uitmaakte van de Sovjet-Unie en de bakermat was van de filmpoëzie. Een van de allergrootste filmauteurs was Sergej Paradzjanov. Filmmaker en dichter, en jarenlang vervolgd en gevangengezet vanwege zogenaamd staatsgevaarlijke activiteiten. Zijn oeuvre was niet-narratief en voor die tijd tegendraads – het week volledig af van de sociaal-realistische norm. Zijn Kleur van Granaatappels uit 1968 behoort absoluut tot de canon van de beste films ooit, juist door de unieke poëtische kracht. Helaas bestaat er geen definitieve versie van dit kunstwerk meer. Verloren gegaan in de shredder van de Sovjetcensuur.

Het bezoek van Paradzjanov aan het filmfestival van Rotterdam in 1988, als vrij mens voor het eerst in het westen, wordt door veel filmliefhebbers beschouwd als het hoogtepunt van het festival. Het behoort tot de categorie: 'je was erbij of je dééd alsof je erbij was.' Ik was destijds 'in between', zoals dat nu heet. Ik was aanwezig bij de publieksontvangst, maar kan mij de veelbesproken – innige – omhelzing tussen filmmaker en filmfestivaldirecteur Hubert Bals niet meer voor de geest halen. Hoewel iedereen het juist daar altijd over heeft.

Vanaf dat festival koop ik met enige regelmaat op de markt een granaatappel. Een onbestemde vrucht, met een schitterend kleurenpalet vanbinnen. Ik verwerk het dan met lamsvlees en denk dan altijd weer met smaak terug aan de mooie, poëtische cinema van die tijd. Sergej Paradzjanov, Artavazd Pelechian, Don Askarian.

Wie kent ze nog, die Armenen? Totdat ik in de eerste week van september een bericht kreeg van, ik meen, een kritische volger. ‘Hoe moeilijk is het om tot de conclusie te komen dat je geen tieners wilt uitzetten naar een land waar ze sinds hun peutertijd niet meer geweest zijn. Waar ze niemand kennen en de taal niet spreken. Ik bedoel, Armenië, een land waar in de jaren '90 nog een enorme energiecrisis was, waar de mensen de grootste moeite hadden om de winter door te komen. Interessant trouwens, die Armeense energiecrisis, daar zouden ze een film over moeten maken. Oh wacht, die is er al! Hot Country, Cold Winter, vanaf 20 september te zien in Nijmegen, Filmhuis O42.”

Inderdaad, ik hoef er zelf niet meer over te schrijven…

 Hot Country, Cold Winter van de Armeense cineast David Safarian is een meesterlijke kennismaking met de bijzondere en unieke filmstijl van een rasverteller. In de beste traditie van zijn leermeesters als Paradzjanov behandelt hij de donkere en koude dagen net na de val van de Sovjet-Unie, toen Armenië op elektriciteitsrantsoen werd gezet. Maar hij doet meer, hij blikt terug op zijn eigen jeugd, en reflecteert op de onzekere toekomst van het land door heden en verleden te verbinden.

Volgens de Filmkrant is Hot Country, Cold Winter verre van neerslachtig. 'De film viert juist de veerkrachtige creatieve mens. Iets wat Safarian zelf ook kenmerkt'.

 Genoeg geschreven! Nu naar de film en vooral deze bijzondere Armeense cinema aanschouwen. Dat kan alleen bij ons in Nijmegen en in Eye Amsterdam. Haast je voordat het te laat is. En voor meer achtergrondinformatie, lees de Filmkrant. Bij ons altijd gratis verkrijgbaar, ook dat is uniek. 


Ted Chiaradia
Filmcommissaris

Bezig met laden