Hoe gaat ie?

The Turin Horse, filmfoto

Niet dat ik alweer over The Fall Of The American Empire wil schrijven, maar als er een moment deze week is geweest dat het absurdisme van onze geldeconomie tot uiting kwam, dan was het wel afgelopen maandag. Tweede Pinksterdag bij AH, daar werd de satire over onze consumptiemaatschappij werkelijkheid. We konden met zijn allen niet meer pinnen! Ik vond het al opmerkelijk druk bij de kassa’s, en toen ik wilde afrekenen bleek dat alleen contant te kunnen. Bij de enige pinautomaat in de zaak stond een rij van wel 75 mensen. Het afrekenen van mijn boter, kaas en eieren kostte toch zeker drie kwartier. Dan ging het proletarisch winkelen vroeger toch een stuk sneller. Moest meteen aan het Spaanse kunstenaarscollectief YoMango denken, die uit protest stelen tot een ware kunstvorm hebben gemaakt. Vrolijk tango dansen in de Carrefour en tegelijkertijd de champagneflessen uit de rekken pakken. Wel hebben we in zo’n onverwacht lange rij bij de pinautomaat ineens weer aandacht voor elkaar. Spontaan ontstaan allerlei gesprekken en je spreekt ook weer eens oude kennissen. ‘Hoe gaat het eigenlijk met jou?’

Normaal val ik bij die vraag altijd even stil. Je kan moeilijk zeggen dat het slecht met je gaat, want daar is die dooddoener van een vraag niet voor bedoeld. Lang heb ik een soort het-gaat-wel-goed blik getoond, zo hoefde ik niets te zeggen. Weer later antwoordde ik: I’m So So. Van de grote Poolse regisseur Krzysztof Kieslowski geleerd. Maar als het echt slecht met je gaat, wat antwoord je dan?

In Ganz:How I Lost My Beetle volgen we aan de hand van onderzoek van de Nederlandse journalist Paul Schilperoord het ware verhaal achter de Volkswagen Kever. Niet Ferdinand Porsche schijnt de Kever te hebben ontworpen, maar de Hongaars-Joodse ingenieur Josef Ganz. Die is daarna door de Nazi’s en de naoorlogse Duitsers vakkundig uit de geschiedenisboekjes gewist. Hij leefde na al die verschrikkelijke teleurstellingen nog jarenlang in Australië, lijdend aan depressies en hartkwalen. Zijn auto, de Kever, die bleek veerkrachtig. Wat hij er zelf echt van vond…?’ Hij is in 1967 overleden.

Dat de Kever jarenlang niet alleen een favoriet autootje van de middenklasse was, maar ook een cultobject, ja zelfs een liefdesobject, weet ik uit eigen ervaring. Jaren geleden zag ik met mijn toenmalige vriendin een witte Kever cabrio in de Limburgse heuvels rijden. ‘Als je zo’n auto voor me koopt, dan blijf ik bij je!’ Kever nooit gekocht, vriendin jaren niet meer gezien. Of het vanaf dat moment slecht met me is gegaan weet ik eigenlijk niet meer. Wel herinner ik me als de dag van gisteren 14 februari 2011. De première van The Turin Horse van de Hongaarse cineast Béla Tarr in Berlijn. Een minimalistisch drama over een oude alcoholstoker die met zijn dochter in volstrekte armoede leeft op een kale vlakte, permanent geteisterd door storm. Het eindeloze bestaan van de mens, doelloos voortploeterend, alleen een aardappel om te eten. Uitgebeende, monotone cinema, met prachtige cinematografie van de Duitse cameraman Fred Kelemen. Zei Kieslowski altijd ‘So So’, Béla Tarr zwijgt. Zoals zijn cinema, zwijgzaam maar hallucinerend mooi! Het eindshot van dit meesterwerk, meteen de laatste film van Béla Tarr, wordt door velen beschouwd als het mooiste uit de filmgeschiedenis. Nu wil ik niet meteen beweren: ‘Eerst The Turin Horse zien en dan sterven!’, maar deze film was voor mij wel meteen het einde. Erna stopte ik abrupt met mijn professionele loopbaan in de filmwereld. Daarna werd het alleen nog maar ‘Spielerei’ en hobby.

Ik las ergens: ‘The Turin Horse is film op de meest donkere dag, in de herfst van zijn bestaan. We staan immers aan de dageraad van een nieuw digitaal tijdperk: het is het medium film zelf dat ook de naderende dood aanvoelt.’ Niets aan toe te voegen!


Ted Chiaradia

Bezig met laden