Je was erbij..!

Andrej Tarkoviski

Deze zomer bij aanvang van de Tour de France verscheen er een speciale bijlage van het AD met daarin een groot interview met Joop Zoetemelk. Joop is onze laatste Tourwinnaar, 39 jaar geleden. Hij kon zich niet meer herinneren waar hij was toen Jan Jansen in 1968 als eerste Nederlander deze Ronde won. Ik wel – ik was erbij, in mijn geboortedorp bij een lokaal wielercriterium. Tijdens dat rondje rond de kerk was hij uitgevallen na een duikeling over een hond. Het gonsde toen al langs de kant van de weg over Jopie. ‘Dat wordt later een hele grote!’ Ik was meer van Fedor den Hertog. Een groter stilist die in zo’n mooi rood-wit-blauw Amstelshirt koerste. Ik wilde als kind ook wel zo’n shirt. Den Hertog was als wielrenner niet voor geluk en een succesvolle profcarrière geboren. Te veel een zonderling die als amateur voor het plezier wilde blijven fietsen. Gingen ook verhalen rond dat die Fedor in zijn kinderjaren met zijn communistische ouders in Rusland had gewoond.

Bij het bezoek van Joris Ivens aan Nijmegen in 1988 – zijn toekenning van het ereburgerschap – ik was erbij. Er is nog een foto van gemaakt. Joris, zijn levensgezellin Marceline Loridan en ik voor Cinemarienburg. Later heb ik die foto nog wel eens teruggezien in een publicatie. Vanzelfsprekend was mijn beeltenis vakkundig weggeretoucheerd, naar goed gebruik in de Sovjet-Unie. Ivens’ volgelingen zijn blijkbaar voor altijd gedoemd Stalinist te blijven.

Op die zonnige zondag in oktober 2000, toen Nijmegen voor heel even Cannes aan de Waal was, met het bezoek van Catherine Deneuve – ik was erbij. Alleen in het fotoarchief van, godbetert, de Telegraaf schijnt er nog een foto van bewaard te zijn.

Op het filmfestival Rotterdam – ik was erbij. Bij publieksgesprekken met grote meesters als Antonioni, Bresson, Rivette, Paradjanov, bij Marguerite Duras, bij Kieslovski, en bij de eenmalige vertoning van Cocksucker Blues. Van de fotograaf en documentarist van de beatgeneration Robert Frank, vorige week overleden. Een niets verhullend portret van The Stones gedurende hun tournee in de Verenigde Staren begin jaren 70. Door de band en het management na het zien acuut verboden. Bij een openbare vertoning van dit scabreuze document in het huidige tijdsgewricht van #MeToo zouden we ongetwijfeld Mick Jagger direct in de ban doen en nooit meer naar zijn muziek luisteren.

Was ik er ook wel eens niet bij? Jazeker! Ik was níet bij het publieksgesprek met Éric Rohmer, een van de allergrootste Franse cineasten. Dat werd onverwacht verplaatst naar het Hilton, terwijl iedereen op dat moment elders op het festival verbleef. De toenmalige festivaldirectie wordt er nu nog voor vervloekt.

Waar ik vooral bij was, was in de Jardinzaal van het Hilton in januari 1984. Het publieksinterview met Andrej Tarkovski. Voor het eerst en meteen voor het laatst in Nederland. Voor veel van mijn generatiegenoten stond in die tijd de Russische filmpoëet gelijk aan God. Maar het gesprek op die zondagmiddag was ongemakkelijk, schuurde aan alle kanten. Tarkovski sprak weinig en als hij al iets zei, was het niet te vatten. Kortom de ontmoeting viel erg tegen, al durfde je dat eigenlijk niet toe te geven (lees ook de prachtige terugblik van Peter van Bueren, destijds de gespreksleider: Ontmoeting met publiek – tegen het eind van de pagina onder het kopje ‘ontmoeting met het publiek’). We hadden in die tijd natuurlijk het echte geloof allang afgezworen, maar vanaf dat moment in die Jardinzaal in Rotterdam, drong het nóg beter door: God bestaat niet, net zomin als de hemel. Maar wat nooit verdwenen is, zeker ook niet na die middag, is het besef dat je de hemel alleen kunt ervaren in het werk van de grote Andrej Tarkovski. Al zijn films, hoezeer op leeftijd inmiddels ook, hebben aan zeggingskracht, spiritualiteit en zelfs aan actualiteit nog helemaal niets verloren.

De Jeugd van Ivan, als debuutfilm in 1962 gelijk een voltreffer, is een van de meest emotionele en humane oorlogsfilms gebleven. Het monumentale meesterwerk Andrej Roebljovstaat nog steeds als een huis als ode aan de vrijheid voor de kunsten. Solarisis meer dan sciencefiction alleen. Door de jaren heen veel meer een hommage aan de Aarde en Moeder Natuur geworden. En De Spiegel– voor mij persoonlijk zijn allermooiste – is spirituele filmpoëzie voor zijn moeder, voor mijn moeder, en vast ook voor uw moeder. Stalker, het is al vaker gezegd, een magnifieke film om in te willen wonen. En Het Offeruit 1986, zijn laatste film, zijn magnus opus over de absolute bevrijding van de mens, ontroert nog steeds.

Andrej Tarkovski is anders, zijn werk is anders, valt met niets en niemand te vergelijken. Filmkunst is het, absolute kunst. Ongeëvenaard. En daarom gaan we er nog eenmaal helemaal voor. Juist in deze tijd van Netflix, Disney en ander betekenisloos cinemavermaak. Met diverse inleidingen, nagesprekken, lezingen, discussies. Met de beste journalisten, filmkenners, wetenschappers en liefhebbers.

Hiermee volbrengen wij als klein tegendraads Filmhuis ook een offer, mogelijk ons laatste. ‘In Het Offer vindt de mens immers zijn vrijheid terug..!’ Komt het zien, komt het meemaken. Hopelijk zult u later, over 20 jaar, over 40 jaar, ook kunnen zeggen : ‘Ja – ik was erbij!’ … bij de laatste filmvoorstellingen van Tarkovski op het grote scherm! ‘ Een filmscherm? Wat is dat?’ kaatsen uw kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen dan meteen terug.

Maar: je wás erbij!


Ted Chiaradia

Bezig met laden