Mephisto

Mephisto, foto bij column Ted Chiaradia

Het is alweer heel lang geleden, we hadden nog zoiets als de autoloze zondag. Ik ging in Rotterdam op bezoek bij mijn nicht, maar was eerder op de afspraak dan gepland. Bij de voordeur dus even wachten. Ondertussen keek ik door hun brievenbus en merkte meteen een bekende, vertrouwde geur op. De geur die ik herkende als van het huis van mijn tante, haar moeder. Ik moest hier aan denken toen ik vorige week in de Volkskrant een interessant artikel las: ‘Waarom ruik je de geur van je eigen huis niet?’ Volgens een psycholoog is onze neus een soort veranderingsdetector. Elke nieuwe geur merken we op. Als we de nieuwe geur als ongevaarlijk afdoen, besteden we er verder geen aandacht meer aan. Toch merkte ik destijds de geur van mijn familie op, terwijl er niets bedreigends aan was. Dit weekend ook een discussie gehad over geuren naar aanleiding van het zien van Parasite, de in Cannes bekroonde film. In deze meesterlijke Koreaanse film dringt een arm gezin – als onderklasse letterlijk levend in de kelders – binnen in de bovenwereld van een rijke familie. Ze worden uiteindelijk herkend en ontmaskerd aan hun geur. Hun muffe, armoedige keldergeur.

Het gesprek na afloop ging erover of je in film geur en ook smaak echt goed kunt verbeelden. De conclusie was vrij snel dat in literatuur smaak en geur gemakkelijker en beter te verbeelden zijn dan in cinema. Hoe goed Tom Tykwer ook zijn best heeft gedaan bij Perfume: The Story of a Murderer, ik heb in zijn hele film niets geroken en bij lange na niets ervaren dat de originele roman van Patrick Süskind wel kan oproepen. De Deense culinaire filmklassieker Babette’s Feast uit 1987 heb ik ook nooit echt weten te waarderen. In tegenstelling tot Hubert Bals, de founding father en eerste directeur van het International film Festival Rotterdam, die als geen ander de verborgen verlangens van die culinaire filmklassieker kon aanvoelen. Bals ging er ook altijd prat op dat hij cinema beoordeelde met zijn buik, juist niet met zijn hoofd. Aan goede film is niets intellectueels aan.

Deze week wil ik me aan die gedachte wijden. Zo zal ik films eens langs de meetlat van smaak en geur beoordelen. Ook al omdat ik laatst aangesproken werd over mijn stukjes. Ze zouden zo zuur geworden zijn. Zure schrijfsels. Zijn er ook zoete dan, of bittere? Maar nu de films. Croce e Delizia, de Italiaanse crowd-pleaser is een gemakkelijke. Een zoete film: mooie omgeving, vriendelijk en amusant. Luce, de psychologische thriller over de vooroordelen rondom een zwarte model-leerling,  is bitter, maar ook wel met een ietwat zoetige Amerikaanse saus erbij gevoegd. De Koreaanse actiefilm The Gangster, the Cop, the Devil is puur en bitter. En zoute films, bestaan die? Wilde Mossels misschien, de Nederlandse klassieker aan de Zeeuwse kust uit 2000 van Erik de Bruyn. En natuurlijk Wenders’ meesterstuk Paris Texas, de eindeloze woestijn, de sound van Ry Cooder, het uitgedroogde gezicht van Harry Dean Stanton. Zuur? Diego Maradona misschien, een zuur leven. En dan Umami, de vijfde basissmaak. Meer de smaak van aarde, wilde paddenstoelen, truffel, zeewier. Umami, hartig in Japans. Dus daarmee zijn alle Japanse meesterwerken en klassiekers per definitie umami. Maar ook de liefde voor de aarde in het oeuvre van Andrej Tarkovski is puur umami.

Bitter, heel bitter is Nina Wu, het bij vlagen surrealistische drama over een jonge actrice in wereld van de ‘schone schijn’ van de filmwereld. Het eerste #MeToo drama, niet zoals je denkt uit VS of Europa, nee, helemaal uit Taiwan. The Third Wife, de debuutfilm van Ash Mayfair is uit Vietnam. Een wonderschoon geënsceneerd drama over de patriarchale tirannie op het platteland van het Vietnam van de 19e eeuw. Hoe de 14-jarige May zich als derde vrouw van een rijke landeigenaar probeert te handhaven. Geheel vanuit het vrouwelijk perspectief, the female gaze, neergezet. Een briljante debuutfilm die herinneringen oproept aan het meesterlijke Raise the Red Lantern. Is in Nina Wu de sfeer van David Lynch voelbaar, in The Third Wife is de invloed van de Chinese grootmeester Zhang Yimou onmiskenbaar. En beide films bitter, zuur…umami. Bitter, als de meest pure chocolade, is natuurlijk ook Fassbinders Die Bitteren Tränen der Petra von Kant. Op 28 november in Filmhuis O42 te zien in de Duitse filmserie Macht und Moral.

Laatst vroeg een kennis, ‘Heb je The Irishman al gezien? Meesterlijk!’ ik moest bekennen: niet gezien. Weet dus ook niet hoe die smaakt. En de geur en de taste van Guinness kan ik me ook niet meer herinneren. Als er in de film al gedronken wordt. Een laatste, onbetwist meesterwerk van Martin Scorsese, met De Niro en Pacino. En gemaakt met geld, veel geld van Netflix, deze productie van 160 miljoen. Dat de filmauteur, de enige echte laatste strijder voor echte cinema, voor de ware bioscoopervaring, nu op het einde van zijn grootse carrière moet dealen en wheelen met de snelle jongens van Netflix! Vrede moeten hebben met een bioscooprelease van slechts vier weken! Ik denk dat in de villa van de oud-leerling jezuïet Scorsese de zoete cannoli tegenwoordig een bittere en zoute nasmaak hebben. Misschien is het zien van Mephisto in filmhuis O42 op 5 december wel zijn gepaste penitentie. Dit meesterwerk van István Szabó, naar de beroemde gelijknamige roman van Klaus Mann, over hoe je je ziel aan de duivel verkoopt.


Ted Chiaradia

Bezig met laden