Naar de grote stad!

Part One
We wilden de film per se zien. Deze twee provinciejongens ondernamen daarom een reis helemaal naar de grote stad. Met de auto. Ik had nog geen rijbewijs – liep in die tijd geloof ik nog op klompen – en mijn vriend was te bevreesd om helemaal naar de bioscoop te rijden. We parkeerden de auto dus ver buiten het stadscentrum. Het vervolg per tram had zoveel voeten in de aarde, dat we het hele begin van de film misten. De tamelijk cruciale openingsscène waarin Martin Sheen op bed ligt en tegen de draaiende wieken van de fan aankijkt, heb ik daardoor nooit helemaal gezien. Maar wat een ervaring: 'Apocalypse Now' in de grote zaal van Tuschinski in Amsterdam. De film had zijn wereldpremière maanden ervoor op 10 mei 1979 in Cannes en won meteen de Gouden Palm. De recensies waren lovend, sensationeel zelfs. Ik herinner me nog het verhaal van Van Bueren in de Volkskrant. Hij schreef na het zien van de film dat het festival beter kon stoppen. Iets beters, iets mooiers, iets nog indrukwekkenders zou niet meer gemaakt worden. Het meest sensationele voor ons was dat wij als een van eersten de film zagen. Bij terugkomst in Nijmegen straalden we iets van victorie uit. Wij waren eerder dan gelijkgestemden getuige geweest van een cinematografisch meesterwerk. Tegenwoordig kun je je er niets meer bij voorstellen. Een film is bij wijze van spreken al eerder te zien dan dat ie daadwerkelijk in distributie gaat. Maar eind jaren zeventig kwamen de grote films eerst in Amsterdam uit en waren ze weken, soms maanden later pas in de provinciale bioscopen te zien. Heb Captain Willard op zijn oorlogsmissie en vervolgens zijn hellegang, later nog vaker gezien. De eerste versie van 153 minuten; de latere Redux versie van maar liefst 202 minuten – ging in 2001weer in première in Cannes – en dan nu de Final Cut van 182 minuten. Volgens NRC-criticus André Waardenburg ziet alles er nu nog adembenemender uit. Meer diepte en details in de meesterlijke beelden van de Italiaanse cameraman Vittorio Storaro en een nog betere sound design. Nog meer helikopters, nog meer Wagners Walkürenritt!

 

Part Two
Ooit zat ik een restaurant naast de grote Francis Ford. Ik denk dat het in het sombere jaar 1991 geweest is. De Muur was iets meer dan een jaar terug gevallen, de Golfoorlog net begonnen. Coppola, allang geen grote meneer meer in de filmwereld, ontving toen een of andere oeuvreprijs. Het succes van 'The Godfather' en vooral van 'Apocalypse' heeft hij altijd als een soort loden last moeten dragen. Al het andere dat hij daarna maakte was inspiratieloos. In tegenstelling tot zijn dochter Sofia, inmiddels een echte filmauteur. We zaten toen in een Chinees restaurant, in die tijd het epische handelscentrum voor de film van filmfestival Berlijn. Ik zat er als verlegen filmhuisjongen bij, aan tafel met een salesagent en twee van de grootste filmverhuurders van ons land. Coppola zat er met zijn vader, de componist en dirigent Carmine. Het enige dat ik nog weet dat het een troosteloze avond was en dat een hele fles cognac opging. Vader Carmine kwam niet veel later naar Nijmegen. Niet voor mij, maar voor een filmconcert in de Vereeniging. Ik-weet-niet-meer-welk-orkest werd toen gedirigeerd door de grote Carmine Coppola. Bekend van de filmmuziek van heel wat grote films. Juist: ook van son Francis Ford’s 'Apocalyose now'! Ik werd op het laatste moment uitgenodigd als zaalvulling. En of ik niet nog wat vrienden kon meenemen. De grote concertzaal kon in de verste verte niet gevuld worden. Filmmuziek en Nijmegen is geen goed huwelijk, bleek toen wel weer. Jaren daarvoor hebben we als Filmhuis nog eens de euvele moed gehad om een festival van de Zwijgende Film te organiseren. Het Nationaal Jeugdorkest speelde de muziek onder een stille film van René Clair. Slechts negentien bezoekers in de grote zaal van de Vereeniging. Soms schrik ik er nog badend in het zweet van wakker. Zoiets als Martin-Captain Willard-Sheen in 'Appocalypse Now.'

 

Part Three
Een paar dagen geleden bezocht ik het kleine Filmhuis O42 om als zelfbenoemd filmcommissaris de programmering weer eens kritisch tegen het licht te houden. Ben op voorhand blij dat ze hier nog wel de moed hebben om Coppola’s meesterstuk op het grote scherm te vertonen. Maar bij binnenkomst vroeg de jonge programmeur uitdagend of ik De Commissaris wel eens gezien had. Nu houd ik normaal niet zo van schaakspelletjes. En al helemaal niet als je tegen een cinemavariant van Magnus Calsen moet spelen. Toch nam ik de uitdaging aan: ‘Komissar' van Aleksandr Askoldov, Zilveren Beerwinnaar in Berlijn 1988, bedoel je?’ ‘In 1967 gemaakt, jarenlang verboden geweest, deze controversiële oorlogsfilm met een vrouwelijke heldin, nog zwanger ook.’ ‘Askoldov heeft daarna nooit meer mogen filmen...!’ Dacht nog, nu zet ik hem schaak: ‘Eigenlijk de beste oorlogsfilm ooit gemaakt’. ‘Dat is Kubrick’s 'Full Metal Jacket’, was zijn antwoord. ‘Nee, 'Die Brücke' van Berhard Wicki, desnoods 'Andrej Roebljov' van Tarkovski, 'Kom en Zie' van Klimov’, was mijn tegenzet. Nooit Kubrick! Dan maar 'Apocalypse Now: Final Cut' als eerlijke salonremise. Toen riep ineens een vaste bezoeker hard en luid door de hal: ‘Stunde Null' van Edgar Reitz! En wanneer gaan jullie nu sluiten?’ De enige gedachte die mij restte was: ‘I love the smell of napalm in the morning!’


Ted Chiaradia

Bezig met laden