Old city, young vibe

Weer die hitte!! Als er nu nog idioten zijn die denken dat er geen sprake is van klimaatverandering… Versuft zit ik voor me uit te staren op het terras. Nauwelijks nog bioscoopbezoek, de hele filmsector klaagt steen en been, en erger nog: niemand gunt elkaar nog het licht in de ogen. Waar is die goede oude solidariteit gebleven? Letterlijk als sneeuw voor de zon verdwenen.

Plots komt er een buurman enthousiast het terras op gesneld. ‘Heb je het gezien, jullie staan in de krant, het gaat over jullie!’ Hij wijst op een artikel in de Gelderlander: Old City, Young Vibe. Het schijnt dat onze gemeente weer een paar centen heeft uitgegeven voor een citymarketing campagne. En dan vanzelfsprekend met een nieuwe, pakkende slogan. Altijd Nijmegen; City of Health; Summer Capital; Wij Zijn Nijmegen, het kan allemaal bij het grofvuil. Ik vraag me altijd af hoe die dure bureaus op al die originele ideeën komen. En wat heeft het voor zin? Vroeger ook weleens aan zo’n brainstormsessie meegedaan. Riep dan spontaan en provocerend: ‘onze stad, als een mooie blonde vrouw!’ Er is nooit iets mee gedaan.

In het artikel in de Gelderlander komen verschillende marketingdeskundigen aan het woord. Iedereen heeft zo zijn visie, en allemaal weer net even anders. Ook Peter Kentie van Eindhoven 365 doet zijn zegje. Ik ken hem nog van vroeger, bij PSV. Wist mij te vertellen dat Coen Dillen de eeuwige topscorer van PSV is en niet Willy -skiet- van der Kuylen. Altijd grappig gevonden, een voetbalmarketeer die ook verstand heeft van kunst en cultuur.

Maar voordat ik afdwaal, mijn buurman had duidelijk behoefte aan aandacht en even een gesprek.

Old city, young vibe. ‘Jullie zitten toch in dat oude gebouw? Daar is toch net een mooi boek over geschreven, een prachtig en vooral reurig cultuurcentrum? En jullie zijn toch nog jong van geest en hebben nog veel energie voor vernieuwende dingen? Jullie geloven nog in echte kunst, en zijn toch gepassioneerd gebleven?’ En zo ging hij nog een tijdje door. Ik wilde cynisch tegenwerpen dat hij vast ‘oude lullen die nog jong willen blijven’, bedoelde. Net zoals mijn oude vriend die zo nodig op de oude dag een motorfiets moest kopen en nu elk weekend de landweggetjes in de provincie onveilig maakt. ‘Nee, serieus’, ging de buurman verder. ‘Kijk alleen al naar de programmering van jullie filmhuis!’

Dat van die programmering, dat klopt. Op dit moment moet je voor de beste film, echt de beste films bij Filmhuis O42 zijn. Juist nu, in het overwegend saaie, eenvormige zomerse aanbod, valt het op. Laatst tipte ik al het diep melancholische Chinese drama An Elephant Sitting Still aan. Een maar liefst vier uur durend meesterwerk. Door ons en door recensent van De Volkskrant beschouwd als het mooiste van het afgelopen jaar. Compromisloos en onbevreesd, waarin elke minuut telt. En deze week weer een ander Chinees meesterstuk, A Long Day’s Journey into the Night. Die film ging vorig jaar in première in Cannes, maar was jammer genoeg niet te zien in de Nederlandse bioscopen. Met steun van het Filminstituut Eye kunnen wij deze film noir-achtige vertelling nu exclusief vertonen. Een hommage aan het werk van Tarkovski, Lynch en Won Kar-Wai. Net die meestercineasten die wij de afgelopen periode weer plek hebben gegeven op het grote doek. De NRC-critica is lyrisch over deze neo-noir vol virtuoze hoogstandjes: ‘De composities zijn een lust voor het oog maar ook een doorkijkje naar een wereld van verdriet, en verlangen naar verlossing.’

Ik was weer overtuigd. Filmhuis O42, hoe klein ook, is voorlopig niet weg te denken. Zou toch zonde zijn als het zou moeten verdwijnen. Maar ja die hitte, die klimaatverandering. De ijskappen in het hoge Noorden smelten immers ook. Kijk daarvoor maar naar Ága. Een andere oogverblindend mooie film, over een oude rendierjager, die stoïcijns wil overleven op de ijzige toendra’s. Dromen en oude legendes vertelt hij daarvoor dagelijks aan zijn vrouw.


Ted Chiaradia

Bezig met laden