Overdrijven we niet een beetje?

Telefoneren. Zal dat over een paar jaar nog bestaan? Wordt er dan nog weleens getelefoneerd? Verlang er eigenlijk nu al naar terug, de tijd van het ouderwetse telefoneren. Net als Margit Carstensen in Die bitteren Tränen der Petra von Kant lang meanderen aan dat toestel met een snoer naar de muur. Over van alles, maar vooral over niets. Zullen we films nog begrijpen waarin de telefoon een prominente plaats inneemt, ja zelfs een statussymbool is? Al die Hichtcock’s zoals Dial M For Murder, de beroemde Italiaanse komedie van Dino Risi Telefoni Bianchi, of 06 van onze eigen Theo van Gogh?

Nu is alles hectisch en gejaagd, met onze smartphone. Alleen maar geapp, social media en zelden nog een gesprek. Toch ging laatst mijn telefoon. Een journalist. Word nooit gebeld door een journalist. De laatste keer was die ochtend dat Theo van Gogh vermoord werd, in 2004 alweer. Of ik effe snel een statement kon afgeven over Theo van Gogh als filmmaker. Toen dacht ik al ‘Overdrijven we niet een beetje...?’

Een journalist, waarvoor dat nu weer? In een flits dacht ik dat Catherine Deneuve misschien was overleden. Of moest ook ik mijn mening geven over die kleine jongen van die volkszanger die een relatie heeft met een 45-jarige blonde tv-presentatrice? Of verwachtten ze van mij ook een statement over zwarte Piet? En wat ik ervan vond dat Kim Kardashian – die vrouw waar elke week de juwelen van worden gestolen – Black Peter heeft veroordeeld? Nee, de vraag was wat ik ervan vond dat filmhuis O42 ging sluiten. Is dat nieuws, het sluiten van een Filmhuis, terwijl die dreiging al maanden op straat ligt? Verder weet ik helemaal niet wanneer dat leuke en charmante Filmhuis ermee stopt. Tot het einde van het jaar staan er immers nog prachtige films geprogrammeerd. Niet in het minst Knives Out, de leukste film van het jaar en Andrey Tarkovsky. A Cinema Prayer, de mooiste documentaire van het jaar.

Al dat snelle nieuws, al die hypes. Shakespeare schreef er al over: Much Ado About Nothing. En dat is toch al een tijdje terug. Maar nu loopt het toch inmiddels wel echt over. Elk normaal mens wordt er toch onrustig van, zo. Iemand met een blaffer in een huis. Meteen de hele buurt afgesloten en op het landelijke journaal. Een stupide racistisch incident bij een provincieclub. Ineens is het land te klein en moet Rutte moreel leiderschap tonen. Geluidsoverlast op een speelveldje wordt wereldnieuws. En er is bij mijn weten nog geen ruit aan gruzelementen geschoten. Ik zou ook niet weten wie in Nijmegen dat nog kan met een bal nu Lasse Schöne al jaren geleden bij NEC is vertrokken. Overdrijven we niet een beetje? Ik kan me er eigenlijk niet meer druk om maken. De pensioenen, de tekorten in de zorg, het onderwijs, de salariskloof tussen man en vrouw, de biografie van Cruijff, de CO2-crisis, de bomenkap, de bouwstop. Effe dimmen, effe rust zou ik willen zeggen.

Is er dan nog wel íets om je druk om te maken? Jazeker, toen weer eens bevestigd werd dat er nog steeds atoomwapens liggen op vliegveld Volkel. Amerikaanse atoomwapens welteverstaan, waar wij als Nederland geen zeggenschap en regie over hebben. Hebben we daar jaren geleden massaal tegen gedemonstreerd? Met de iconische tekening van cartoonist Opland. De bom ligt er nog steeds. En dat met die rare Trump en Poetin tegenwoordig achter de knoppen. Geen demonstrant meer te bekennen bij de opslagplaatsen van de atoomwapens. Angstaanjagend? Of overdrijf ik nu zelf een beetje? Maar na het zien van de nieuwste film van Casey – Manchester by the Sea – Affleck, krijg ik het toch wel benauwd. Een wereld na een grote ramp, waar geen ontkomen meer aan is, dat is Light of My Life. Een survivalfilm waarvoor Casey zelf het scenario schreef. Als Dad zwerft hij met zijn dochter door een desolate wereld om haar te beschermen tegen alle kwaad. Net als The Road naar de roman van Cormac McCarthy schetst Affleck een post apocalyptische wereld vol duisternis en doem. Geen vrolijke film, maar o zo treffend en subtiel gedaan!

En dan het meest bijzondere deze week in de bioscopen is helemaal uit Vietnam: The Third Wife. Van debuterend filmmaakster Ash Mayfair over een gedwongen huwelijk van een veertienjarig meisje op het negentiende-eeuwse platteland. Volgens de NRC een venijnig mooie film. In de verte roept de film herinneringen op aan de patriarchale tirannie in de Chinese klassieker Raise the Red Lantern. Maar feministischer van inhoud en – opmerkelijk – bijna geheel zonder dialoog. Een klein cinemajuweel met een ongekende sensuele spanning. Zijdezacht en fluisterwreed volgens filmjournaliste Dana Linsen. Ga dat zien, ik kwam na het zien gelukkig eindelijk tot rust.

Desondanks werd ik vanochtend onrustig wakker, slecht geslapen en naar gedroomd. Een journalist die mij belde na het zien van The Third Wife. Of ik iets wist van een vermeende relatie tussen Ruud Lubbers en Gong Lee, de hoofdrolspeelster uit Raise the Red Lantern? In mijn droom schijn ik bevestigend te hebben geantwoord. Gelukkig moet ik stoppen nu, te veel woorden.

Ted Chiaradia

Bezig met laden