Wat weten we nu van Suriname?

Stones have laws, Foto bij column

Paul Depla is tegenwoordig een zeer verdienstelijk burgemeester van Breda. Wordt nog altijd wel een beetje beschouwd als de laatste reddingsboei van de PvdA, zeker nu het duo Timmermans en Samsom voor altijd Brussel en Europa verkozen hebben. Paul heeft nog iets echts, iets persoonlijks. Pleitte zo ook voor meer bier en braadworst in de Nederlandse politiek.

Heb hem jarenlang als wethouder in Nijmegen meegemaakt. Zijn entree zal ik nooit vergeten. Als beginnend cultuurwethouder ging hij er meteen met gestrekt been in.
Bij een cultuurdebat stelde hij direct de verhoging van subsidie ter discussie.  ‘De Gemeente is toch geen pinautomaat voor de kunsten’ en ‘The Stones krijgen ook geen subsidie!’
Had ook de beroemde U2-foto van Anton Corbijn op zijn kamer. Inderdaad geen subsidie, die megabands, maar wel profiteren van ons lankmoedige belastingstelsel.
Opvallend vond ik altijd dat het culturele veld nauwelijks een gepast antwoord had.
Waarom nu subsidie voor de kunsten?
Nog erger werd het later in een debat met Stef Blok. Het jonge, frisse VVD-kamerlid had net in een opiniërend artikel beweerd dat de totale subsidie wel afgeschaft kon worden. Nou, die zou in Nijmegen wel even geroosterd worden, dachten ze bij de debatafdeling van Lux. Niets van dit alles! Blok manoeuvreerde zich met zijn gladde hoofd overal perfect uit – als een paling in een emmer snot. Het hele culturele veld bleef in verwarring en met de mond vol tanden achter. Waarom eigenlijk die subsidie?

Terug naar Depla. Echt ongemakkelijk heb ik me pas gevoeld in een debat over diversiteit binnen de Nijmeegse instellingen, al heette dat destijds anders. Mede in opdracht van onze wethouder had een Amsterdamse onderzoeker research gedaan. Deze oud-directeur van de Balie stelde voor dat de instellingen in Nijmegen gekleurder moesten zijn. Daar zouden ze niet alleen beter, maar vooral ook vrolijker van worden, van zo’n creolisering. Dat was zijn stellige overtuiging. Ik mompelde nog zoiets van afspiegeling van de Nijmeegse samenleving en het Mariënburgplein is toch geen Leidseplein. Maar al snel werd het stil, ongemakkelijk stil.

Ons koloniale verleden, wat weten we er nu van? Suriname, wat weten we er nu van?
Altijd vrolijk over gedaan. Over die muzikale jongens van de WiNaWan vroeger in O42, over Wasmasjien van Trafassi, over dat grappige Kwakou festival in de Bijlmer – zeker als er weer een sociaal-democraat ongemakkelijk maar verantwoord rondschuifelde met schaafijs, te midden van dansende tantes, of als Seedorf een penalty hoog overschoot. Altijd alsof Tante Es op visite was.
En als het wat ongemakkelijker was, werd het weggelachen. De opkomst van Bouterse, guerrillastrijder – en later drugshandelaar. Ronnie Brunswijk, het etnisch profileren van de Nederlandse politie, de staandehouding van rapper Typhoon, zwarte piet. En als het nog ongemakkelijker werd? De decembermoorden, discriminatie? Dan keken we met zijn allen de andere kant op en zwegen.

Suriname wat weten we ervan? Nooit interesse in getoond, zal nooit tot onze vaderlandse canon behoren. Sinds november 1975 onafhankelijk. Maar altijd ver van ons bed gebleven. Geen wonder dat Wan Pipel van Pim de la Parra uit 1976, de enige Surinaamse filmklassieker, nauwelijks in Nederland vertoond is en haast geen bezoekers trok. Ook niet bij de recente vertoningen in Filmhuis O42.

En dan nu na jaren eindelijk De Grote Suriname tentoonstelling in De Nieuwe Kerk in Amsterdam. De tentoonstelling die de cultuurgeschiedenis van Suriname belicht van de precolumbiaanse tijd tot nu, de oorspronkelijke bewoners, het plantageleven, de binnenstad van Paramaribo en de kunst van de Marrons. ‘Foto’s, trommels en een jurk’, volgens de Volkskrant. En film? Op bescheiden schaal wordt in Nederland Stones Have Laws vertoond. Eigenlijk alleen in Amsterdam en nu in Filmhuis O42.
Een bijzondere documentaire van Lonnie van Brummelen en Siebren de Haan, die eindelijk een stem geeft aan de Marrons. De leefgemeenschappen in de Surinaams regenwouden, nakomelingen van de bevrijde slaven, destijds gevlucht uit de slavernij. De makers hebben vier jaar met de Marrons in het gebied samengeleefd en gewerkt. Zo is een uniek en persoonlijk document ontstaan over een wereld met nog Afrikaanse voorouderlijke tradities en een pré-industrieel leeftempo. Een schoonheid van rust. Een gemeenschap die inmiddels bedreigd wordt door de houtkap en mijnbouw. De moderne tijd.

‘Zelden zo’n geslaagde documentaire gezien die zo goed de leefwereld en het bewustzijn van een geïsoleerd levende groep zo volledig kan omarmen.’ Zo sluit de lovende kritiek in De Volkskrant af. Zo’n mooie, kleine film, zo’n pareltje, dat alleen in het kleine tegendraadse Filmhuis O42 te zien is. Zonder subsidie. Opmerkelijk!
Zal toch niet zo zijn dat Depla en Blok het in hun jonge jaren nog bij het rechte eind hadden ook?

Zondag 27 oktober na de voorstelling van Stones Have Laws van 16 uur is er een nagesprek met de makers Lonnie van Brummelen, Siebren de Haan en Tolin Erwin Alexander.


Ted Chiaradia

Bezig met laden